Algemeen

Leden van de NVZ zijn fabrikanten en importeurs van was- en reinigingsmiddelen. Dit zijn bedrijven met omzet in Nederland die 

  • rechtstreeks verantwoordelijk zijn voor de samenstelling en etikettering van was-, reinigings-, onderhouds-, desinfectie- en bleekmiddelen volgens de wettelijke voorschriften en/of
  • machines leveren die op de juiste wijze moeten worden gebruikt in combinatie met chemische reinigingsmiddelen.

Kijk bij lidmaatschap voor meer informatie.

Hygiene

Doe eerst ringen, armbanden, horloge af. Zet de kraan open (bij voorkeur goed warm water gebruiken) en maak de handen vochtig. Zeep ze dan goed in en blijf wrijven, zeker twintig tellen (net zolang als het duurt om Happy Birthday te zingen) : handpalmen, de achterkant van de handen, vingertoppen, tussen de vingers, onder de nagels, polsen goed wassen. Daarna onder stromend water goed afspoelen, de handen afdrogen met een schone handdoek of papieren handdoekje en de kraan dichtdoen met de handdoek.

1. Als je je handen goed droogt, verwijder je bacteriën die nog zijn achtergebleven na grondig wassen met water en zeep.
2. Natte handen nemen sneller bacteriën op van vuile oppervlakken.
3. Als je door je beroep erg vaak natte handen hebt, kun je daardoor eczeem krijgen.

De officiële naam voor zowel vogelpest als vogelgriep is Aviaire Influenza. De naam vogelgriep is eigenlijk beter, omdat de ziekte wordt veroorzaakt door een griepvirus en niet door de pestbacil. In de volksmond wordt echter vaak vogelpest gebruikt als er veel vogels besmet raken en doodgaan.

Wat is pseudo-vogelgriep?  
Pseudo-vogelpest is een verwarrende naam: deze infectieziekte heeft niets te maken met Aviaire Influenza. Pseudo-vogelpest wordt veroorzaakt door het NCD-virus. NCD staat voor Newcastle Disease en geeft bij pluimvee problemen aan de luchtwegen, het maagdarmkanaal en zenuwstelsel. Het virus is vaak dodelijk. Nederlandse pluimveebedrijven zijn verplicht om hun dieren te laten vaccineren voor NCD. Naar boven

Wat is Aviaire Influenza?
Klassieke vogelgriep (Aviaire influenza) is een virusziekte, waar vooral pluimvee en een aantal andere vogelsoorten gevoelig voor zijn. Er zijn veel verschillende varianten van het virus. Laag pathogene typen veroorzaken lichte ziekteverschijnselen. Als er sprake is van een hoog pathogene variant, is dit virus zeer besmettelijk en veroorzaakt het ernstige ziekteverschijnselen. Een laag pathogeen type kan muteren tot een hoog pathogene variant. Het hoog pathogene virus is zeer besmettelijk en veroorzaakt ernstige ziekteverschijnselen, zoals: - zwellingen aan kop en hals - sufheid - onverwachte, snelle sterfte. Het virus verspreidt zich snel na besmetting. De incubatietijd voor vogelpest is ongeveer 10 dagen. De ziekte verloopt daarna snel, met in de meeste gevallen de dood tot gevolg. Via laboratoriumtests wordt de diagnose definitief vastgesteld. Dat vraagt maximaal 14 dagen.

Wat moet ik doen, als ik vermoed dat mijn pluimvee besmet is met AI?  
AI (vogelgriep) behoort tot de zogenaamde lijst A ziekten, die aan de hand van Europese regelgeving (92/40/EEC) bestreden moet worden. Als de dierenarts vermoedt dat er sprake is van vogelgriep, is hij verplicht hiervan aangifte te doen (op basis van de Gezondheids- en Welzijnswet voor Dieren). Meldingen bij het landelijk LNV dierziektenummer: 045-5463188. Wat u moet doen na vaststelling van vogelgriep, staat in het draaiboek van het ministerie van LNV. Uw Nedefa-leverancier kan u ook adviseren. Naar boven

Hoe wordt het virus verspreid?
Besmette vogels scheiden het virus uit via hun mest, luchtwegen en ogen. Het virus wordt in besmette stallen aangetroffen in voedsel, water en de bodem door kruisbesmetting. Het virus kan ook via de lucht worden verspreid.

Onder welke omstandigheden kan het vogelgriepvirus overleven?
Onder koude en vochtige omstandigheden kan het vogelgriepvirus langere tijd overleven in weefsels en mest van besmette vogels. Het virus kan ook overleven in water.

Het vogelgriepvirus is gevoelig voor:
- hoge temperaturen (> 70 graden)
- lage en hoge pH
- drogen

Bij gebruik van de juiste reinigings- en desinfectiemiddelen kan het virus worden gedeactiveerd.

Welke desinfectiemiddelen zijn toegelaten voor bestrijding van AI?
De Nederlandse overheid beoordeelt welke desinfectiemiddelen zijn toegelaten voor bestrijding van een bepaalde dierziekte. Het CIDC-Lelystad houdt op zijn website een lijst bij.

Centraal veterinair instituut (www.cvi.wur.nl) > onderzoek > dierziekten kies dierziekte en kies vervolgens desinfectiemiddelen/

Welke vogels zijn gevoelig voor AI?
Alle vogels zijn in meer of mindere mate gevoelig voor vogelpest. Kippen, kalkoenen en parelhoenders zijn erg gevoelig voor de ziekte. Voor watervogels zoals eenden, ganzen en zwanen geldt dat wat minder, maar ze zijn in de natuur dikwijls wel dragers van het virus. Bij mezen, mussen, merels, en andere kleine vogels is het virus nooit gevonden.

Wat waren de gevolgen van de vogelgriep-epidemie (H7N7)in 2003?
In 2003 heerste in Nederland de variant H7N7 van de vogelgriep. In totaal werden toen 30,7 miljoen dieren geruimd. Uiteindelijk werd op 255 locaties een besmetting met vogelpest vastgesteld. Hierbij ging het in 22 gevallen om hobbypluimvee. Deze locaties zijn allemaal geruimd. Daarnaast vonden op 1094 locaties preventieve ruimingen plaats. Naar schatting hebben in 2003 ten minste duizend mensen het vogelgriepvirus van het type H7N7 opgelopen. De meeste mensen hadden echter geen gezondheidsklachten. Als er wél sprake was van klachten, dan waren die meestal mild en bleven deze beperkt tot een oogvliesontsteking of wat griepverschijnselen. De omvang van de besmetting en de overdracht van mens op mens bleken wel groter dan verwacht. Bij één dierenarts die besmet raakte was het ziektebeeld ernstiger: hij is overleden aan de gevolgen van een longontsteking.   Naar boven

Is klassieke vogelpest gevaarlijk voor mensen?
Normaal gesproken worden alleen vogels besmet door het AI-virus. In zeldzame gevallen worden echter ook andere diersoorten besmet (zoals varkens of katten), en mensen. Bij het H5N1-type dat nu voorkomt in Azië, zijn er twee hoofdrisico's: 1. Directe besmetting van pluimvee op mens. Ongeveer de helft van de mensen die H5N1-vogelgriep krijgen, overlijdt hieraan. 2. Besmetting van mens tot mens is tot nu toe niet bewezen. Als er echter door mutaties van het virus een vorm zou ontstaan die zeer besmettelijk is van mens tot mens, zou dit kunnen leiden tot een wereldwijde uitbraak (een pandemie). Dit kan bijvoorbeeld gebeuren als er vermenging optreedt tussen het menselijke griepvirus en het vogelgriepvirus.

Kijk voor actuele informatie over dit onderwerp op de website van het RIVM: www.rivm.nl.

Hoe veel gevaar lopen mensen om besmet te raken met vogelgriep?
U loopt een klein risico om AI op te lopen, als u voortdurend, intensief en bij herhaling in contact komt met levend pluimvee dat de ziekte heeft. Ook contact met besmette ontlasting (direct, of via kleine deeltjes ontlasting in de lucht) is risicovol. Volgens de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) wordt vogelgriep niet overgebracht via gekookt voedsel, en is er geen bewijs dat er iemand ziek is geworden door het omgaan met pluimveevlees of het eten van goed gekookte kip of eieren.

Welke maatregelen kunnen verspreiding van het vogelgriepvirus beperken?
•Goede hygiënemaatregelen aan de bron: op pluimveebedrijven moeten besmette stallen, transportvoertuigen en dergelijke grondig worden schoongemaakt en gedesinfecteerd. Helaas betekent dit in veel gevallen ook dat er quarantainemaatregelen nodig zijn, en de ruiming van besmet of mogelijk aan het virus blootgesteld pluimvee.
•Als er vogelgriep is vastgesteld in Nederland, vermijd dan het contact met vogels en hun uitwerpselen zoveel mogelijk.
•Mensen die direct in contact komen met besmet pluimvee, bijvoorbeeld bij ruimingswerkzaamheden, kunnen zichzelf beschermen door het dragen van adembeschermingsmaskers (EN149:2001, klasse FFP2) die adequate bescherming bieden tegen het vogelgriepvirus. De maskers bieden echter alleen voldoende bescherming als ze op de juiste manier worden gebruikt en regelmatig worden ververst. Ook oogbescherming is aan te raden. Zie de website van het RIVM: www.rivm.nl.
•Voor iedereen is het belangrijk om te zorgen voor goede hygiëne, waar nodig desinfectie, en om veilig om te gaan met voedsel. Dus: - was goed uw handen; - desinfecteer oppervlakken die in contact zijn gekomen met rauwe pluimveeproducten; - bereid voedsel bij temperaturen van minimaal 70 graden; - was mogelijk besmette kleding apart en op minimaal 70 graden.

Waar kan ik terecht voor advies over hygiënemaatregelen op mijn bedrijf?
Neem contact op met uw Nedefa-leverancier. Hij kan u adviseren, welke reinigings- en desinfectiemiddelen in uw situatie gebruikt kunnen worden.

Het idee dat we allemaal leven in superschone, steriele huizen met nauwelijks bacteriën is een fabel. Onze huizen en onze lijven barsten van de bacteriën.

Het is ook een fabel dat hoe hygiënischer iemand is, en hoe hygiënischer zijn huis is, hoe groter de kans dat hij en zijn kinderen allergisch reageren.

Wel is duidelijk dat hoe minder hygiënisch je leeft, hoe groter het risico op infecties die ernstige gevolgen kunnen hebben. We moeten hygiëne dus wel degelijk serieus nemen.

Maar hoe kan het zijn dat tegenwoordig meer mensen allergisch zijn, en in hoeverre houdt dat verband met het terugdringen van het aantal bacteriën in onze omgeving?

De toename van allergieën is iets van de laatste jaren en gaat hoofzakelijk om voedselallergieën en ‘atopische allergieën’ dat wil zeggen: niet veroorzaakt door bepaalde stoffen. Atopische allergieën zijn bijvoorbeeld hooikoorts, eczeem en astma.

Wetenschappers hebben gezocht naar de oorzaak van de toename van allergieën in de afgelopen 20 jaar. Deze toename lijkt samen te hangen met de Westerse leefstijl, en de vele verschillende factoren die daarbij betrokken zijn. De aandacht is nu onder meer gericht op factoren als voeding, uitlaatgassen, medicijnen, aanleg en gebrek aan lichaamsbeweging.

Met betrekking tot bacteriën is in elk geval zeker dat ons contact met bacteriën – zowel met schadelijke als met onschadelijke - door de jaren heen sterk is veranderd. Gedeeltelijk is dit met opzet geweest door gebruik van antibiotica, vaccins, schoon water, voeding en door persoonlijke en huishoudelijke hygiëne. Deels komt het door leefstijlveranderingen zoals de verhuizing van platteland naar stad en de overgang van buiten- naar binnenspelen.

Alle bewijs in acht genomen, lijkt het onlogisch dat iedereen besmet moet worden, met mogelijk fatale gevolgen van dien, om beschermd te worden tegen allergieën. Maar het lijkt wel steeds aannemelijker dat een veranderde blootstelling aan bacteriën op welke manier dan ook, een factor is van betekenis.

Als verandering van ons contact met bacteriën van belang is, is het waarschijnlijk dat de bacteriën waarom het gaat onschadelijk zijn, of in onschadelijke dosis van schadelijke bacteriën voorkomt. Dus gelukkig is de verwachting dat we de toename van allergieën kunnen terugdringen zonder de klok te hoeven terugdraaien en een uitbraak van besmettelijke ziekten zien gebeuren.

Waar we in elk geval zeker van kunnen zijn:
• Als je een allergie hebt, helpt het niet om extra onhygiënisch te zijn
• Nonchalant met hygiëne omgaan zal je niet van je allergie afhelpen, wel kan je er ziek van worden
• Wees ook weer niet paranoia over bacteriën – richt je op de zaken die er echt toe doen en ontspan

Schoonmaken

Ja, het vuil dat vrijkomt uit uw eigen huishouden is vaak belastend voor het milieu. Denk bijvoorbeeld aan benzineresten, oliën of vetten – deze mogen niet zomaar in het oppervlaktewater worden geloosd. Het is daarom dat bijvoorbeeld het wassen van uw auto op straat lang niet overal is toegestaan. Het probleem is niet de milieubelasting van de autoshampoo die u gebruikt - deze is minimaal-, het probleem is het vuil dat loskomt dat slecht is voor het milieu.

Om het milieu zoveel mogelijk te sparen, zijn voor het gebruik van schoonmaakmiddelen, strenge maatregelen opgenomen in de Detergentenverordening. Onder meer eist deze wetgeving een volledige biologische afbreekbaarheid de oppervlakte-actieve stoffen in schoonmaakmiddelen. Dit afbreken gebeurt hierbij voor een groot deel in een rioolwaterzuiveringsinstallatie. Oppervlakte-actieve stoffen zijn het hart van een schoonmaakmiddel. Ze zorgen ervoor dat het te reinigen materiaal/oppervlak volledig vochtig wordt, verwijderen het vuil en houden het losgemaakte vuil in het sop.

Vaatwassen

Neem voor bellenblaassop 40 ml water, 2 theelepels afwasmiddel en 2 suikerklontjes.

Nee, het is af te raden om vaatwastabletten door te breken of te snijden. Hierbij komen makkelijk deeltjes vrij waarmee u in aanraking kunt komen, zoals bijvoorbeeld enzymen. Deze kunnen irriterend werken op uw huid en/of ogen. Fabrikanten zorgen ervoor dat de machinevaatwastabletten de juiste hoeveelheid van ingrediënten bevatten, en gaan hierbij uit van een goed gevulde machine. Voor het verkrijgen van een goed resultaat, is het van belang de door de fabrikant aangegeven dosering aan te houden. Een goed resultaat houdt niet alleen in dat de vaat schoon wordt, maar bijvoorbeeld ook dat er geen kalkafzetting op het vaatwerk en op de onderdelen van de vaatwasmachine plaatsvindt. Hier zijn de samenstelling van de tabletten en het doseervoorschrift op afgestemd. Een afwijkende dosering, zowel onderdosering als overdosering, kan leiden tot een minder goed resultaat. Ook bij gebruik van machinevaatwasmiddel in poedervorm is het aan te raden om de aanbevolen dosering op te volgen.

Wassen

Neem contact op met de klantenservice van uw wasmiddel, via de contactgegevens op de verpakking. Vaak kunt u schrijven naar een antwoordnummer, contact opnemen via internet of een (gratis) telefoonnummer bellen. U vindt deze gegevens meestal in de buurt van de streepjescode.

De juiste dosering hangt af van twee dingen: uw inschatting van de vuilgraad van uw wasgoed, en de waterhardheid bij u thuis. Vervolgens kunt u op de verpakking de juiste dosering aflezen in de doseertabel. Gebruik voor het doseren de doseerhulp die hoort bij het door u gebruikte wasmiddel.

Het inschatten van hoe vuil de was is, kunt u met uw ogen doen. De juiste waterhardheid is lastiger. 
In Nederland wordt de waterhardheid in drie gradaties ingedeeld. Hoe harder het water, hoe hoger de vereiste wasmiddeldosering.
De in Nederland gebruikelijke indeling van waterhardheden is:

  • 0° DH - 8,4° DH (zacht)
  • 8,4° DH - 14° DH (gemiddeld)
  • 14° DH en hoger (hard)

Wat de waterhardheid in uw woonplaats is, kunt u opvragen bij uw waterleidingbedrijf (zie uw maandelijkse nota) of opzoeken op plaatsnaam
Gebruik bij alle in Nederland voorkomende waterhardheden de aanbevolen dosering van het wasmiddel zoals die op de verpakking staat.

Hard water is water waar veel calcium (kalk) en magnesium in is opgelost. Deze twee stoffen kunnen reageren met het zeep in het wasmiddel, waarbij kalkzeep gevormd wordt. Er is dan minder zeep beschikbaar voor het reinigen van het wasgoed. Oftewel: er is meer wasmiddel nodig om hetzelfde wasresultaat te krijgen.

Fabrikanten van wasmiddelen houden rekening met de effecten van hard water. Zo kunnen ze ontharders toevoegen aan het wasmiddel, die de waterhardheid in de wastrommel verlagen tijdens het wassen. Maar de waterhardheid die uit de kraan komt, verschilt in Nederland per woonplaats. Je vindt dan ook altijd op het etiket een doseervoorschrift, waarop staat welke hoeveelheid wasmiddel je moet gebruiken. Dit is afhankelijk van de mate van vervuiling van het wasgoed, maar ook van de waterhardheid die in uw woonplaats uit de kraan komt.

Volg dus altijd de informatie op het etiket om te bepalen welke dosering u moet aanhouden. Het is niet aan te raden een lagere dosering te gebruiken dan de minimale hoeveelheid die de fabrikant voorschrijft, ookal heeft u te maken met (zeer) zacht water. Dit kan sterke invloed hebben op het wasresultaat.

Hoe hard (of zacht) het water is in uw woonplaats, kunt u navragen bij uw leidingwaterbedrijf.

Het algemene advies dat ik bij navraag van enkele van onze leden kreeg, luidt als volgt.

LET OP: test altijd eerst op de binnenkant van het kledingstuk (bijvoorbeeld een naadje) of het kledingstuk kleurecht is voor de geadviseerde behandeling!

Om transpiratievlekken te verwijderen: dep de vlek met wat alcohol of azijn, uitspoelen en op de normale manier wassen. Bij hardnekkige vlekken geldt: laat azijn een paar uur intrekken op de vlek, dan spoelen en op de normale manier wassen.

Om transpiratiegeur te verwijderen: los 50 gram zout op in 1 liter handwarm water. Laat het kledingstuk enige tijd weken in deze oplossing; daarna op de normale manier wassen. OF: Laat het kledingstuk 30 minuten weken in een oplossing van uw wasmiddel in de dosering voor handwas (gebruik een plastic emmer, en gebruik een witte handdoek om het kledingstuk onder te houden). Gooi de weekoplossing weg en was het kledingstuk op de normale manier. Als dit niet helpt, raad ik u aan om contact op te nemen met de leverancier van uw wasmiddel. U vindt de contactgegevens op de verpakking (meestal in de buurt van de streepjescode). Of kijk bij de links/consumentenproducten op deze website.

Verder is het belangrijk om bij het strijken zweetplekken te vermijden, omdat dit de transpiratievlek (en geur) kan fixeren.

Om het ontstaan van transpiratiegeur in kleding te voorkómen, wordt aangeraden om een goede deodorant of antitranspirant te gebruiken.

In 1894 is deze leus voor het eerst schriftelijk vastgelegd, in een tijdschriftadvertentie door de Amsterdamse handelaar Gustav Raken. Als eerste verkoopargument voor de met de hand aangedreven wasmachine van het merk Simplex staat er: De behandeling absoluut niet vermoeiend zoodat inderdaad een kind de wasch kan doen.

In 1904 begon de Nederlandse wasmachinefabrikant Velo deze slagzin te gebruiken om reclame te maken voor zijn 'agitatorwasmachine'. (Bron: Maandblad van het Genootschap Onze Taal, 74e jaargang mei 2005)

In supermarkten en drogisterijen wordt vrijwel uitsluitend nog een vloeibaar stijfselproduct verkocht. Sommige stomerijen verkopen nog wel stijfsel in poedervorm. U kunt op internet zoeken met de zoektermen "stijfsel stomerij" om een verkoopadres te vinden.

Schone was vraagt om bewuste keuzes. Hoe schoon de was wordt is een samenspel van de techniek van uw wasmachine, de temperatuur waarmee u wast én het wasmiddel dat u gebruikt. Sta dus even stil bij de vraag wat u gaat wassen  en waarom, voordat u kiest voor een wasmiddel en een bepaald wasprogramma. Door bewust te kiezen voor lagere wastemperaturen en lagere doseringen in plaats van ‘alle wassen met hetzelfde wasprogramma’ spaart u uw portemonnee en het milieu.

Wij gebruiken cookies om uw gebruikerservaring te verbeteren.
Door dit aan te vinken, wordt er een cookie geplaatst om de popup te verbergen. Deze cookie bevat geen persoonlijke informatie.

Ik accepteer het gebruik van cookies