Enkele hoofdingredienten van schoonmaakmiddelen:
- oppervlakteactieve stoffen (of wasactieve stoffen)
- waterontharders
- zuurstofbleekmiddelen
- enzymen
- optische witmiddelen
- anti-vergrauwingsmiddelen en kleurbeschermingsmiddelen
- geurstoffen
Werking van een oppervlakteactieve stof
|
|
|
|
|
Eerst wordt vettig |
|
en in de oplossing |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
De kop van de wasactieve |
|
Vast vuil blijft zweven |
Water alleen is vaak niet voldoende om te reinigen. Water heeft namelijk door de hoge oppervlaktespanning de neiging om samen te trekken tot bolvormige druppels. Op een vet oppervlak vloeit water daarom weg zonder het vochtig te maken. Daarom bevatten wasmiddelen, en andere reinigingsmiddelen, oppervlakteactieve stoffen (afgekort: oas). Deze verlagen de oppervlaktespanning van het water, zodat het schoon te maken materiaal goed bevochtigd wordt en het water het vuil in oplossing kan brengen. Daarnaast kunnen oas allerlei soorten vuil aan zich binden, zoals olie- en vetvervuilingen.
Functies oppervlakteactieve stoffen
Oppervlakteactieve stoffen bestaan altijd uit een lange waterafstotende staart (“hydrofoob”) en een waterminnende kop (“hydrofiel”).
• Allereerst zorgen ze dat het water gemakkelijker doordringt in het textiel, zodat het water het textiel en het vuil bevochtigt. U kent misschien het verschijnsel van een druppel water op een spijkerbroek: de druppel water blijft erop liggen en u moet de druppel er echt in wrijven om een natte plek te krijgen. Om goed te kunnen reinigen, is het belangrijk dat het water en het wasmiddel werkelijk in het textiel doordringen.
• Ten tweede zorgen ze dat vuildeeltjes uit het textiel loswoelen en inkapselen. Het resultaat is dat er duizenden ingekapselde vuildeeltjes los door het water in de wasmachine zweven.
• Tenslotte zorgen ze dat het vuil zich niet opnieuw hecht aan het textiel, maar dat het in het sop blijft rondzweven.Tegenwoordig worden mengsels van oppervlakteactieve stoffen gebruikt om het beste effect te bereiken.
Daarnaast bevat een wasmiddel nog andere stoffen met bijzondere eigenschappen.
| Waterontharders In leidingwater zit calcium. In combinatie met de zouten die we toevoegen en hogere temperaturen, wordt mogelijk kalk gevormd. De aanwezigheid van calcium in het water heeft een negatief effect op de werking van wasmiddelen. Waterontharders rekenen af met kalk. Die waterontharders waren vroeger voornamelijk fosfaten, maar tegenwoordig gebruikt men hiervoor andere stoffen op basis van natuurlijke materialen, zoals zeoliet. Waterontharders gaan het ontstaan van kalkaanslag in de wasmachine tegen en voorkomen dat er kalk neerslaat op de kleding. Hard water belemmert de werking van het wasmiddel en veroorzaakt door kalkafzetting schade aan de machine. Kalkafzetting maakt textiel grauw. |
|
Zuurstofbleekmiddelen
Zuurstofbleekmiddelen rekenen af met kleurstofhoudende vlekken, die bijvoorbeeld ontstaan door wijn, koffie, thee of vruchtensap. Vroeger werden dergelijke vlekken behandeld met een agressiever chloorbleekmiddel. De vlekken verdwenen dan wel, maar het textiel werd meer aangetast en de kleuren verbleekten sneller. Zuurstofbleekmiddelen lossen dat probleem op. Ze werken normaal gesproken alleen vanaf 60 °C, maar met de hulp van een zogenaamde bleekactivator werken ze ook uitstekend vanaf 40 °C.
|
Enzymen Optische witmiddelen |
|
Anti-vergrauwingsmiddelen en kleurbeschermingsmiddelen
Het losgemaakte vuil en de overmaat aan kleurstoffen moeten geen kans krijgen om opnieuw neer te slaan op het textiel. Daarvoor zorgen niet alleen de oppervlakteactieve stoffen, maar ook de zogenaamde anti-vergrauwingsmiddelen en kleurbeschermingsmiddelen.
Geurstoffen
Van nature ruikt wasmiddel niet prettig. leder wasmiddel is daarom meer of minder geparfumeerd.







