Bij wassen verplaats je het vuil uit het wasgoed naar het water. Hiervoor zijn volgens de ‘cirkel van Sinner’ 4 dingen nodig: chemie, beweging (mechanische kracht), tijd en temperatuur.

1. Chemie

In de wasmachine zorgt het wasmiddel voor de chemie. Een wasmiddel moet alle soorten vlekken uit de was kunnen verwijderen zonder het textiel te beschadigen. Daarnaast moet het gebruiksvriendelijk zijn en de wasmachine niet aantasten. Bovendien mag het wassen niet teveel tijd en geld kosten. Daarom bestaat een wasmiddel uit allerlei verschillende stoffen in de juiste verhoudingen.
De was wordt niet schoon als u er alleen wasmiddel bij doet. Drie andere factoren zijn ook belangrijk: temperatuur, beweging en tijd.

2. Temperatuur
In koud water is het moeilijk de was schoon te krijgen, hoe goed het wasmiddel ook is. In warm water kan het wasmiddel beter zijn werk doen. In principe geldt: hoe vuiler de was, hoe heter het water dat nodig is om het schoon te krijgen. Maar pas op! Wassen op hoge temperaturen is niet alleen duur, voor een aantal textielsoorten is het ook niet goed. Er is een grotere kans op krimp, versnelde slijtage en kleuraantasting.

Gelukkig zijn moderne wasmiddelen zo samengesteld, dat hoge temperaturen meestal niet meer nodig zijn. Wit katoen, linnen en wasecht gekleurde katoen kan over het algemeen (maar hoeft niet!) in water van 95°C gewassen worden. Tegenwoordig kunnen zulke textielsoorten meestal op 60°C  worden gewassen. Andere wasecht gekleurde textielsoorten kunnen niet zo warm gewassen worden. 60°C is meestal het maximum, soms zelfs, afhankelijk van de textielsoort, 40°C. Wol en sommige synthetische stoffen kunnen alleen gewassen worden op temperaturen van 30°C respectievelijk 40 °C. Zijde mag alleen met de hand in lauw water worden gewassen of helemaal niet in water. Sommige zijden kledingstukken moeten chemisch worden gereinigd bij een stomerij.

Doordat wasmiddelen de laatste jaren zoveel beter werken, waardoor wassen op lagere temperaturen mogelijk is, besparen we in vergelijking met tien jaar geleden zo'n 450 miljoen kilowatt elektriciteit per jaar. Dat is genoeg om een gemeente met 150.000 inwoners een jaar lang van elektriciteit te voorzien! De industrie raadt daarom nog steeds aan, om een zo laag mogelijke temperatuur te kiezen (WashRight-campagne).

3. Beweging
In stilstaand water beperkt de werking van een wasmiddel zich tot het losmaken en voorbehandelen van vuil en vlekken. Inweken is een goede voorbehandeling voor extra vuile was en moeilijke vlekken. Let wel op met gekleurde stukken textiel en gevoelige kledingstukken, want die kunnen kleur afgeven.

Het vuil kan zonder wasbeweging moeilijk loskomen van het textiel. Ook bij het spoelen van de was moet de kleding in beweging zijn, omdat er anders wasmiddelresten in het textiel blijven zitten. Een wasmachine is een grote hulp. Toch duurde het tot de jaren zestig voordat de wasmachine (die toen al tientallen jaren bestond) niet meer werd beschouwd als een luxe artikel, maar als een gebruiksartikel.

In een wasmachine gaat het wasgoed in een roestvrijstalen trommel die is voorzien van gaatjes. Die trommel kan vrij ronddraaien in een andere trommel waarin het sop zit. Het sop kan door de gaatjes naar binnen komen en vermengt zich met het wasgoed. In de trommel zitten richels zodat het wasgoed mee omhoog wordt gesleept. Boven aangekomen tuimelt het naar beneden. Opnieuw wordt het wasgoed naar boven gesleept. En weer valt het omlaag. Zo ontstaat er voldoende beweging om de was goed schoon te krijgen. De afgelopen jaren zijn ook wasmachines sterk verbeterd: ze bewegen efficiënter,  zijn nog vriendelijker voor het wasgoed, en beperken het gebruik van water en energie.

Niet alle textiel kan tegen krachtige bewegingen. De wasmachine is daarop ingesteld: een wolprogramma laat de machine bijvoorbeeld langzamer en minder draaien dan een programma voor de witte was. Bovendien valt het wasgoed minder ver, doordat het water in de machine hoger staat. Wol is met meer water gemakkelijker te wassen, omdat het vuil dan gemakkelijker loslaat. Daarom hoeft wol ook minder lang en met minder wasmiddel te worden gewassen. Toch is deze kleine beweging voor erg gevoelige wolsoorten nog te veel. Je moet er bij wol daarom wel op letten dat er het etiket 'machinewasbaar' in staat.

4. Tijd
De was zal een bepaalde tijd nodig hebben om schoon te worden. Het sop moet diep doordringen in de textielvezels en het vuil moet worden losgeweekt. Sterkere stoffen, zoals katoen en linnen, kunnen een langere wastijd verdragen dan fijnere stoffen. Moderne wasmachines hebben speciale programma's voor de verschillende textielsoorten.