Wet- en regelgeving zorgen ervoor dat iedereen zich moet houden aan dezelfde regels waardoor producten veilig zijn in het gebruik waarvoor ze zijn ontwikkeld.
De belangrijkste wetgeving voor schoonmaakproducten op een rij:
- Richtlijn Algemene Productveiligheid stelt algemene eisen aan de veiligheid van producten die op de consumentenmarkt gebracht worden.
- Detergentenverordening stelt eisen aan schoonmaakmiddelen voor het milieu (biologische afbreekbaarheid) en eist dat bepaalde informatie op het etiket en/of op andere plaatsen beschikbaar moet zijn voor consumenten en professionele gebruikers
- CLP-verordening bepaalt hoe je het gevaar van een product bepaalt en hoe dit vermeld moet worden op het etiket. Denk daarbij aan de symbolen en standaardzinnen op het etiket. De CLP-verordening bepaalt ook verpakkingsaspecten, zoals een kindveilige sluiting
- REACH-verordening regelt het registeren en beoordelen van chemische stoffen die in Europa worden gebruikt. REACH stelt verboden en beperkingen in het gebruik van bepaalde stoffen vast. Daarnaast geeft REACH aan hoe in de hele grondstoffenketen informatie over stoffen moet worden doorgegeven
- Stoffen- en Preparatenrichtlijn is van vóór REACH en CLP. Geleidelijk worden de verplichtingen die beschreven werden in deze twee Europese richtlijnen, vervangen door REACH en CLP
- Wet Milieubeheer en Warenwet is de Nederlandse wetgeving die bovengenoemde Europese wetgeving in Nederland van kracht maakt
- Wet Gewasbeschermingsmiddelen en Biociden (Biocidenrichtlijn) stelt eisen waaraan biociden(bijvoorbeeld desinfectiemiddelen) moeten voldoen voordat zij op de markt mogen worden gebracht. De eisen hebben betrekking op milieu, gezondheid en de werkzaamheid
- Productie en vervoerswetgeving naast eisen aan de producten zelf, moet ook tijdens de productie en het vervoer van reinigingsmiddelen worden voldaan aan wetgeving

